Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Dutch Wednesday 2009

Programma 2009

Gene delivery into cells: why, how and cellular barriers, Prof. dr. Dick Hoekstra, 15.04.2009

Prof. dr. Dick Hoekstra, Department of Cell Biology, University of Groningen, University Medical Centre

Dick Hoekstra is Professor of Cell Biology and Biochemistry, Chairman of the Department of Cell Biology, at the University Medical Centre, University of Groningen. This interdisciplinary science deserves a central position in a Faculty of Medical Sciences. The application of cellbiological concepts in a clinical context will provide essential and important contributions to the improvement of diagnostics and therapeutics.

Successful gene therapy depends on efficient and safe delivery of a transgene into the desired tissue. For a variety of reasons, including potential unanticipated side effects and an immunological response upon repeated systemic administration, virus-based vectors are as yet not ideal gene delivery vehicles, justifying further research into alternatives. Unlike viral vectors, non-viral vectors, such as those based on cationic lipids (‘lipoplexes’), pose minimal health risks, but to meet therapeutic requirements their efficacy needs major improvement. This goal may be accomplished by better defining the mechanism of lipoplex-mediated gene delivery and exploiting specific cellular properties.

Dick Hoekstra: 'In my opinion a good scientist is a person capable of creating original science, based on original ideas, thereby inspiring and facilitating advancement of others, including students, postdocs and colleagues alike. I think that a good scientist is particularly a person with outstanding communication skills, because science only progresses thanks to exchange of ideas. Enthusiasm and being able to transfer it to others is a key word for me.'   

Democratisering van kunst en wetenschap in de 19de eeuw, Prof. dr. Marita Mathijsen, 09.09.2009

Prof. dr. Marita Mathijsen, Leerstoelgroep Moderne Nederlandse letterkunde, Universiteit van Amsterdam

In de negentiende eeuw zien we op vele terreinen `democratisering’ optreden. Grotere groepen van de bevolking konden gaan deelnemen aan de cultuur en de wetenschap. Dat werd mogelijk door de ideeen van de Verlichting en de Franse Revolutie. In de achttiende eeuw was kunst alleen toegankelijk voor een kleine elite uit de maatschappij. Collecties van schilderijen konden niet bezichtigd worden door gewoon publiek. Veel concerten werden voor een besloten gezelschap gegeven. Wetenschappen werden beoefend door een kleine groep en die groep hield de kennis voor zichzelf. Zowel de beoefening als de verspreiding van de wetenschap bleef binnen kleine kringen.

De Verlichtingsideeen brachten daar verandering in. Kunst en wetenschap waren niet voorbehouden aan de elite. Verbetering van het onderwijs leidde ertoe dat er meer mensen konden gaan deelnemen aan de intellectuele en artistieke wereld. Er werden nationale schilderijenmusea opgericht. Voor de verspreiding van wetenschappelijke kennis kwamen er musea van oudheden, musea voor natuurlijke historie en educatieve dierentuinen. Er werden openbare concertzalen gebouwd. Uitgevers brachten boeken en tijdschriften op de markt waarin wetenschap gepopulariseerd werd. De nationale geschiedenis werd toegankelijk gemaakt in schoolboeken, overzichten en historische romans. Zo kan men stellen dat de mensen in de negentiende eeuw vrije toegang kregen tot kunst en wetenschap.

Marita Mathijsen: 'De nadruk bij mijn onderzoek ligt op het gebied van de 19de eeuw en van de editiewetenschap. Op dit moment werk ik aan een persoonlijke literatuurgeschiedenis van de 19de eeuw en aan een monografie over de opkomst van de belangstelling voor het verleden. De uitstraling van een vak als Nederlandse Letterkunde naar een breed publiek is belangrijk, ook voor de Universiteit. Daarom richt ik me geregeld tot een brede kring van lezers. Ik schrijf columns voor NRC, Het Parool en De Groene, ik geef lezingen door het land, ik ben betrokken bij Spui 25 en neem deel aan openbare discussies. Onlangs verscheen mijn pamflet De afwezigheid van het verleden, over de manier waarop in Nederland met het openbare en particuliere verleden omgegaan wordt.' 

Intercultural Story-Telling, Prof. dr. Mieke Bal, 21.10.2009

Prof. dr. Mieke Bal, University of Amsterdam

Mieke Bal, a cultural theorist and critic, is Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences Professor (KNAW). She is based at the Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA), University of Amsterdam. Her areas of interest range from biblical and classical antiquity to 17th century and contemporary art and modern literature, feminism and migratory culture. Her many books include A Mieke Bal Reader (2006), Travelling Concepts in the Humanities (2002) and Narratology (3rd edition in press due for release in February 2009). Mieke Bal is also a video-artist, her experimental documentaries on migration include A Thousand and One Days; Colony and the installation Nothing is Missing. Her work is exhibited internationally. Occasionally she acts as an independent curator.

Mieke Bal: ‘In the contemporary world, the traditional expectations that telling a story is simply, one person transmitting an account of events to another, are more problematic than ever. Instead of transmission, interaction is at the heart of story-telling, and instead of an account, the story is a performance of that interaction. I have always been fascinated by the social, manipulative power of story-telling; the contribution of this massively predominating cultural format to thought, opinion, and even reality. In this lecture I will briefly sketch the principal elements of my work, and explain how such a literary, theoretical specialization has conducted me to interdisciplinary analysis, to a shift from older and “high” cultural expressions (the Bible, Rembrandt) to contemporary culture in the broadest sense. My recent work on what I call “migratory culture” - work that includes filmmaking and exhibition curating) is, I will argue, a “natural” or logical consequence of my very first thoughts on narrative. These can be summed up as: who does what for whom – who tells a story, who perceives and interprets the events, who listens or “sees” them; and, importantly, who has no access to these functions, or subject positions. Thirty years after my first publications in the theory of narrative (also called “narratology”), these questions still resonate, even if their context and answers have changed.’ 

Het ontstaan van de moderne natuurwetenschap: Europa en de wereld, Prof. dr. Floris Cohen, 11.11.2009

Prof. dr. Floris Cohen, Universiteit Utrecht

Floris Cohen is sinds 2006 bijzonder hoogleraar Vergelijkende geschiedenis van de natuurwetenschap aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hij is voorzitter van het Descartes Centre aan die universiteit. Ook is hij voorzitter van het Huizinga Instituut, onderzoeksschool voor cultuurgeschiedenis. Hij heeft driemaal als fellow tijd doorgebracht aan een instituut voor voortgezet onderzoek: het NIAS te Wassenaar, het Wilson Center te Washington DC, en het Dibner Institute te Cambridge (Massachussetts).

De moderne natuurwetenschap is in West-Europa ontstaan in de loop van de 17e eeuw. Waarom toen, waarom daar? Waarom niet in een van de andere grote beschavingen? En wat is nu precies het nieuwe geweest dat pioniers als Galilei, Kepler, Descartes, Bacon, Huygens en Newton tot stand hebben gebracht? Hoe verhield dat nieuwe zich tot eerdere pogingen om greep te krijgen op de natuurwereld om ons heen? En op wat voor weerstand stuitte het in hun eigen tijd?

In zijn lezing zal Floris Cohen op deze kwesties ingaan. Bovendien bekijkt hij reacties die die nieuwe natuurwetenschap elders opriep. Wat werd in het begin van de 18e eeuw in Rusland, in het Ottomaanse rijk en in China opgepikt, wat werd verworpen, wat werd genegeerd? En wat leert dit alles ons over de intellectuele en maatschappelijke plaats van de natuurwetenschap in onze eigen tijd? 

Prof. dr. Monique Leyenaar, Radboud Universiteit Nijmegen

Monique Leyenaar is professor of comparative politics at the Institute for Management Research, Radboud University Nijmegen, Netherlands. She specializes in political participation, institutional reform and gender politics. She often advises the Dutch government on gender and other political matters and since 2005 she is a member of the Dutch Electoral Committee, the governments’ advisory body on elections. She published in 2004 Political Empowerment of Women. The Netherlands and Other Countries, Leiden: Martinus Nijhoff. Two recent articles are ‘Challenges to Women’s Political Representation in Europe’, in Signs Journal of Women in Culture and Society 2008, vol.34, no.11, p.1-7; ‘Citizens’ Jurys’, in Norbert Kersting (ed) 2008: Politische Beteiligung. Einfuhrung in dialogorientierte instrumente politischer und gesellschaftliche partizipation. VS Verlag fur Sozialwissenschaften, Wiesbaden, pp.209-221.

There are many different types of citizens’ participation, ranging from casting a vote to taking part in a citizens’ jury. In the Netherlands, as it is the case in other European countries, there is a need to adjust the machinery of representative democracy and to allow for more participatory democracy. Examples are the establishment in 2006 of a Citizens’ Forum consisting of 140 randomly selected citizens advising on the reform of the electoral system and the ongoing parliamentary debate on the introduction of a corrective referendum. In my presentation I will describe these trends and provide an analytical framework for the evaluation of these ‘new’ types of citizens’ participation.